Columns

Integratie: assimilatie of accommodatie?

Integratie: assimilatie of accommodatie?

Door: Karlien Bongers

Begin jaren tachtig studeerde ik Geneeskunde in Maastricht. Het onderwijssysteem was innovatief en het curriculum doordrenkt met de nieuwste inzichten, zoals psychosomatiek. Facultatief bestudeerden we Paul van Dijks boek over alternatieve geneeswijzen. Na vier jaar werden we losgelaten in de ‘echte wereld’ van de coschappen. Volgens onze praktijkopleiders mankeerde er niets aan onze inzet, maar ontbeerden we kennis. In de jaren daarna voegde ik me naar de verwachtingen van het medisch systeem en verdween de patiënt als mens naar de achtergrond. Integratie van al mijn kennis en kunde bleek pas mogelijk toen ik als medisch specialist mijn werk mocht doen zonder supervisie.

Integratie is volgens het woordenboek ‘het maken, groeien of opnemen in een groter geheel dat daarmee krachtiger wordt’. Het woord komt van het Latijnse woord ‘integrare’, hetgeen ‘hernieuwing’ betekent.
Hoewel de termen ‘integrated’ (=geïntegreerd) en ‘integrative’ (=integratief) in zowel de literatuur als de praktijk door elkaar worden gebruikt, vertegenwoordigen ze wezenlijk verschillende paradigma’s. Een paradigma, oftewel een stelsel van modellen en theorieën, vormt het denkkader vanwaaruit de werkelijkheid geanalyseerd en beschreven wordt. Om een paradigma te veranderen zijn er volgens de wetenschapsfilosoof Kuhn twee mogelijke routes: assimilatie of accommodatie.1

Bij assimilatie wordt de oorspronkelijke bijdrage geïncorporeerd in de bestaande structuur, zoals bij vertering van voedsel. Het oorspronkelijke idee desintegreert en is niet langer als apart idee herkenbaar. Hoewel de oorspronkelijke bijdrage groot of belangrijk kan zijn, verandert de bestaande structuur niet. Voor de vertegenwoordigers van de bestaande structuur is dit een comfortabele route. In wezen verandert er immers weinig. Het denkkader vanwaaruit wordt gehandeld blijft hetzelfde. Bijvoorbeeld bij het bestrijden van postoperatieve pijn wordt door de specialist niet alleen gekozen voor pijnstillers, maar ook voor de techniek van acupunctuur. Het denkkader ‘er is sprake van de symptomen a en b, dat betekent ziekte x, dus behandelen met techniek O en voor het bestrijden van de bijwerkingen kunnen we kiezen uit techniek I of II’ verandert niet.
Volgens Hollenberg gaat het dan om Integrated Medicine (geïntegreerde geneeskunde): een gezondheidszorg waarin complementaire geneeswijzen zijn opgenomen in de reguliere zorg door middel van assimilatie.2 Bij Integrated Medicine is er dus sprake van een selectieve incorporatie van evidence-based complementaire interventies in de reguliere gezondheidszorg. Geïntegreerde geneeskunde blijft gericht op het bestrijden van ziekte en symptomen.

Bij het proces van accommodatie is de nieuwe bijdrage ‘onverteerbaar’ voor het bestaande denkkader. Om de bijdrage ruimte te geven zal het denkkader dienen te veranderen, de zogenaamde paradigmashift. Een nadeel van het accommodatieproces is dat er een conflictfase zal zijn, omdat het nieuwe idee in strijd is met het dominante denkkader. Dat conflict speelt zich af tussen de vertegenwoordigers van het bestaande denken en de vertegenwoordigers van het nieuwe denken. Daarnaast is er sprake van een intern conflict bij de betrokkenen die op zoek zijn naar de hernieuwing. Om te komen tot een integratie door middel van accommodatie is het immers noodzakelijk om ook het eigen denkkader ter discussie te stellen en open te staan voor een andere manier van denken. Het is in die zin een oncomfortabele route voor zowel de vernieuwers als voor de vertegenwoordigers van het bestaande denkkader.

Toegepast op de zorg gaat het met name om twee fundamentele veranderingen. Ten eerste een verandering van de gerichtheid op symptomen en ziektebeelden naar een gerichtheid op het welzijn van heel de mens in zijn of haar sociale context. Ten tweede gaat het om een verandering van werkwijze: van het bestrijden van ziekte door daarvoor opgeleide zorgverleners naar het bevorderen van individuele gezondheid en welzijn met alle middelen en mensen die daarvoor kunnen worden ingezet. Voor zover dit specifieke middelen en technieken betreft, dienen deze te worden ingezet door daartoe gedegen opgeleide specialisten. Dit betekent dus geen hartoperaties door een internist en geen acupunctuur door een verpleegkundige na een driedaagse introductiecursus. Daarnaast dient er ruimte te zijn voor de bijdrage van bijvoorbeeld voeding, de sociale omgeving, de woonomgeving en andere factoren die een rol kunnen spelen bij genezing en gezondheid.

Het Academic Consortium for Integrative Medicine and Health definieert Integrative Medicine letterlijk vertaald als: ‘het beoefenen van een geneeskunde die het belang van de relatie tussen behandelaar en zorgvrager herbevestigt, die gericht is op de hele persoon, gevoed wordt door bewijs en gebruikmaakt van alle geschikte therapeutische benaderingen, zorgprofessionals en disciplines om optimale gezondheid en genezing te bereiken’. Het Consortium streeft ernaar een gezondheidszorgsysteem neer te zetten dat gestoeld is op betrokkenheid en empathie. Ook volgens Hollenberg verwijst Integrative Medicine (integratieve gezondheidszorg) naar zorg met de nadruk op fysiek, emotioneel, mentaal, sociaal en spiritueel welzijn.

Onderzoek uit 2015 van het Louis Bolk Instituut in samenwerking met het van Praag Instituut liet zien dat 92 procent van de Nederlandse ziekenhuizen een vorm van complementaire zorg aanbiedt. Mind-body interventies zoals ontspanningsoefeningen, mindfulness en hypnotherapie vormen gezamenlijk 54 procent van het aanbod, een vorm van massage 24 procent en 19 procent bestaat uit creatieve en muziektherapie. Energetische interventies zoals Therapeutic Touch en acupunctuur bleken beiden goed voor 1 procent van het totale aanbod.
Hoewel deze getallen hoopgevend zijn, mag je nog niet concluderen dat Integratieve Gezondheidszorg de norm is in Nederlandse ziekenhuizen. Dat realiseren, vraagt immers om een proces van accommodatie en verandering van denkkader. Zolang ons zorgsysteem en de betaling daarvan gericht is op het bestrijden van ziekte en symptomen is dit niet aan de orde. Geïntegreerde Geneeskunde kan hierbij wel een nuttige strategie zijn. Immers daar waar professionals uit de reguliere en de complementaire zorg elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken vanuit hun gedrevenheid om tot het beste resultaat voor de zorgvrager te komen, ontstaat ook de voedingsbodem voor een nieuw gezamenlijk denkkader.

Uiteraard gaat ook mijn eigen accommodatieproces niet zonder slag of stoot. Waar tot een aantal jaren terug mijn identiteit bepaald werd door mijn beroep als chirurg, waar het om genezen ging, weet ik nu dat de term heling een betere omschrijving is van wat ik doe en waar ik voor sta.
Omdat ik voor de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten te weinig tijd besteed aan patiëntenzorg en onvoldoende geaccrediteerde nascholingspunten heb, ben ik niet langer BIG-geregistreerd. Mijn rol als regulier arts is daarmee helaas uitgespeeld.

In mijn nieuwe rol als specialist Integrative Medicine mag ik innovatief denken en samenwerken met mensen uit verschillende vakgebieden die werken aan het realiseren van Integratieve Gezondheidszorg, waardoor ik voortdurend leer, bijstel en groei.
Mijn kennis en kunde deel ik nu via IM-opleidingen voor artsen en zorgprofessionals en pas ik toe in mijn eigen coaching en adviespraktijk. Ik ben er blij mee.

Meer informatie:
www.karlienbongers.nl
www.AIM-edu.nl
www.stibig.nl

Bronvermelding:

  1. Thomas Kuhn. De structuur van wetenschappelijke revoluties. Boom Uitgevers Amsterdam.
  2. Templeman K, Robinson A. Integrative medicine models in contemporary primary health care. Complement Ther Med. 2011 Apr;19(2):84-92.
Karlien Bongers

Karlien Bongers

is chirurg (niet-praktiserend) en specialist Integrative Medicine. Ze heeft een eigen coachings- en adviespraktijk en is hoofddocent van de tweejarige STIBIG post-hbo-opleiding tot Integrative Medicine zorgverlener.

Lees meer artikelen >