Columns

Transformatie van Angst

Transformatie van Angst

Door: Karlien Bongers

‘Niemand die ooit door angstgevoelens is gepijnigd, zal twijfelen aan hun vermogen om daadkracht te verlammen, vluchten te bevorderen, genot uit te hollen en catastrofaal te gaan denken. Het ervaren van heftige angst is een diepgaande en verwarrende confrontatie met pijn.’ Barry E. Wolfe; Understanding and Treating Anxiety Disorders: An Integrative Approach to Healing the Wounded Self; APA Books, 2005

Als de dag van gisteren herinner ik me dat mijn moeder door de telefoon zei: ‘Laat je niet leiden door je angst’. Ik zat op mijn bed en had een dilemma. Ik wilde graag zenuwarts worden, een medische specialisatie die toen nog bestond. Het combineerde neurologie en psychiatrie, oftewel lichaam en geest. Hoewel we dat toen nog niet zo noemden. Het lukte me niet om een opleidingsplaats te bemachtigen. Daarentegen kreeg ik het aanbod om tot internist opgeleid te worden. Alleen dat had mijn passie niet. Dus belde ik mijn moeder. Het advies was op zich opmerkelijk. Ik was nooit een angstig persoon. Tot voor kort wist ik eigenlijk niet zo goed wat angst was. Natuurlijk was ik wel eens zenuwachtig als ik een spreekbeurt moest houden of op reis ging. En ja, ik heb hoogtevrees en schrik van harde geluiden. Maar dat zijn normale reacties. Echte angst kende ik niet. Dus hoezo zou ik me laten leiden door mijn angst?

 

Nu, vele jaren later, na een carrière als (oncologisch) chirurg, het schrijven van een boek en de vele studie-uren om me specialist Integrative Medicine te mogen noemen, weet ik wel beter!
Normale angst is een adaptief proces dat helpt om met mogelijke gevaren om te gaan. Het bereidt het organisme voor om te vechten of te vluchten. Dit proces is evolutionair en we delen het met vele levende organismen. Zelfs eencellige organismen zonder hersenen, zoals het pantoffeldiertje (paramecium), zullen de bron die een elektrische prikkel geeft trachten te vermijden door er van weg te zwemmen. En de zeeslak (Aplysia californica) beschikt slechts over een primitief brein, maar raak je zijn kieuw aan, dan stijgt zijn bloeddruk en versnelt zijn hartslag.

‘Dus hoezo zou ik me laten leiden door
mijn angst? ’

Bij ons mensen is er bij angst een lichamelijke, een gedragsmatige en een cognitieve/mentale reactie te onderscheiden. De lichamelijke reactie is dezelfde als bij iedere andere vorm van stress. Namelijk de bloeddruk, hartslag, ademfrequentie, hoeveelheid glucose in het bloed, de bloedstollingsneiging en de spiertonus stijgen. De bloedstroom naar het maag-darm-lever-stelsel vermindert en de immuniteit wordt aangepast. Bovendien wordt onze hersenactiviteit zodanig aangepast dat we gefocust raken op het gevaar. Onze gedragsmatige aanpassing bestaat uit de neiging om te vluchten of te vechten of om zo overweldigd te zijn dat we bevriezen. Cognitief tenslotte, beseffen we dat er gevaar dreigt en proberen we de beste strategie te plannen om de dreiging te hanteren. We maken ons gereed om een eventuele aanval te doorstaan.

Door een proces van herhalen leren we waar de gevaren zich zouden kunnen bevinden en ontwikkelen we patronen om snel en adequaat op een mogelijke dreiging te reageren. Dit proces begint al terwijl we nog niet geboren zijn. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat kinderen van angstige moeders ook angstiger geboren worden. Logisch: een baby is afhankelijk van zijn verzorgers. Door al voor je geboorte te leren waar je bang voor zou moeten zijn, wordt het vermogen om te overleven op de plek en in de gemeenschap waar je geboren wordt, versterkt. Vervolgens leer je door de aanwijzingen van je verzorgers wat mogelijke gevaren zijn. Ons brein is dan ook zodanig ingesteld dat dreigingen oftewel negatieve boodschappen snel en goed worden opgeslagen. Daar maken ouders en andere opvoeders gebruik van. Dat wil niet zeggen dat we niet zouden leren door positieve bekrachtiging. Sterker nog: tot de leeftijd van twaalf jaar vertonen de hersenen meer activiteit bij positieve dan bij negatieve feedback. Toch gebruiken we bestraffende woorden als ‘nee’ en ‘niet doen’ om onze kinderen te leren omgaan met mogelijke gevaren.

In de verwerking van dreigende prikkels speelt de amygdala (amandelkern), onderdeel van het limbisch systeem in de hersenen, een belangrijke rol. Deze amygdala is als het ware de thermostaat van onze angst. En net als een thermostaat is de afstelling van de amygdala bij de een veel strakker dan bij de ander. De amygdala ontvangt zowel input van het lichaam als via de (neo)cortex, het gebied van de hersenen waar ons denkvermogen zetelt. Met behulp van de hippocampus wordt de binnengekomen informatie geanalyseerd. Op basis van deze analyse wordt er feedback gegeven en volgt een reactie die volgens de amygdala adequaat is. Als de amygdala strak staat afgesteld, dan zal veel informatie worden opgevat als een bedreiging. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die angstig zijn gevoeliger zijn voor diverse signalen uit hun omgeving. Bijvoorbeeld iemand die sociaal angstig is, is gevoeliger voor zowel verbale als lichamelijke signalen van andere mensen. Mensen die gevoeliger zijn voor lichamelijke sensaties blijken een grotere kans te hebben op het ontwikkelen van chronische pijn. Voor de amygdala maakt het overigens niet uit of de dreiging werkelijk bestaat of alleen in onze gedachten.

Omdat wij mensen kunnen denken zijn we waarschijnlijk als soort angstiger dan andere organismen. Naast de elementaire angsten voor roofdieren en vijandige soortgenoten die we delen met bijvoorbeeld zoogdieren hebben we immers ook nog onze mentaal gevormde angsten. Doordat wij vooruit kunnen denken en kunnen vergelijken met het verleden kunnen we dus vreesachtig vooruitlopen op een ondraaglijke ramp die we niet kunnen voorkomen. Door deze toekomstgerichtheid is de menselijke angst anders dan de uitsluitend instinctieve angst. Doordat we kunnen vooruitlopen op het heden kunnen we angst voor het leven zelf ontwikkelen: onze existentiële angst. Deze angst betreft zaken die verder gaan dan ons lichaam, onze gedachten en onze emoties. Deze angst betreft de zin van het leven en confronteert ons met de eindigheid van ons eigen bestaan.

‘…vertonen de hersenen meer activiteit bij
positieve dan bij negatieve feedback.’

Angst is een dus evolutionair proces dat van oorsprong bedoeld was om de gevaren van de savanne te weerstaan. Het is echter minder geschikt voor de dreigingen van onze huidige tijd, zoals het staan in de file, ruzie met je partner, mogelijk ontslag, reizen per vliegtuig of de economische crisis. Soms is de reactie op bedreiging niet meer adaptief en wordt gewone angst ziekelijke angst. De grens tussen deze twee is niet scherp. Als de angstreactie ongewoon intens is of ongewoon lang duurt wordt er gesproken van pathologische angst. Als iemand door zijn of haar angst wordt belemmerd in het dagelijks functioneren en/of ernstig lijdt onder de angst noemt men dit klinisch relevante angst. Om angst te kunnen meten zijn er intussen diverse meetinstrumenten ontwikkeld. Hierdoor kan angst worden geobjectiveerd. Echter de beleving van angst blijft een subjectief gegeven. Immers, op welk moment angst het dagelijks of sociaal functioneren gaat belemmeren hangt af van de doelen die iemand zichzelf heeft gesteld. Als je nooit spreekt in het openbaar zal de paniek die kan toeslaan bij plankenkoorts weinig impact hebben. Desalniettemin blijkt meer dan een miljoen Nederlanders te leiden onder hun angststoornis.

Hoewel er in de afgelopen jaren een woud aan wetenschappelijke publicaties over angst is verschenen is er vooral veel niet bekend. De rivaliserende theorieën over het ontstaan en de behandeling van angst zijn wel in vier basiscategorieën in te delen.
De psychoanalytische benadering met gesprekstherapie als moderne variant, gaat ervan uit dat de verdringing van verboden gedachten of innerlijke psychische conflicten angst veroorzaakt. Door de patiënt hiervan bewust te maken door psychodynamische of andere inzichtgevende therapievormen wordt de angststoornis behandeld.
De behavioristische en cognitief gedragsmatige aanpak gaat ervan uit dat de angstrespons (onbewust) is aangeleerd. Tijdens een behandeling worden ‘onjuiste’ denkwijzen gecorrigeerd door blootstelling aan je angst en/of door je denken te veranderen door cognitieve herstructurering. Het doel is je angst als het ware uit te doven door gewenning en door je denken te de-catastroficeren. Naar aanleiding van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek is cognitieve gedragstherapie (exposure met responspreventie) de behandeling van keuze voor diverse angststoornissen. Echter, bij 40% van de behandelde patiënten is er onvoldoende effect.
De biomedische benadering richt zich op hersenprocessen zoals in de hierboven genoemde amygdala, hippocampus en neocortex, op stoornissen in de neurotransmitters en op (epi)genetische aspecten. Vaak wordt bij deze benadering medicatie gebruikt om de angst te behandelen.
Bij de experimentele benadering ten slotte, wordt de existentiële invalshoek gekozen. Hierbij wordt angst gezien als overlevingsmechanisme in reactie op de bedreiging van de integriteit van het zelf. Net als bij de psychoanalytische benadering worden de angstgevoelens onderzocht op inhoud en betekenis. Het verschil tussen beide is dat bij de experimentele benadering gezocht wordt naar de betekenis van de angst op zielsniveau.

‘Soms zou ik willen dat ik mijn oude
onverschrokken zelf weer was.’

Hoewel de vier bovengenoemde theoretisch kaders met elkaar lijken te botsen, sluiten ze elkaar niet uit. Sterker nog, vaak overlappen ze elkaar. Zo gebruikt de cognitieve gedragstherapie elementen uit het biomedisch model zoals het gebruik van medicatie (D-cycloserine) die de herinnering van niet-angstige associaties versterkt. Het biomedisch model erkent de met behulp van functionele MRI aangetoonde structurele veranderingen in de hersenen van bijvoorbeeld meditatie en gesprekstherapie. Zo zijn er diverse studies die aantonen dat meditatie leidt tot een lagere dichtheid van de amygdala en een verminderd gevoel van gespannenheid van de proefpersonen. Medicatie, ademhalingsoefeningen, gesprekstherapie en meditatie blijken niet alleen effect te hebben op onze gedachten maar ook op ons fysieke lichaam.
Door technieken als Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) en Emotional Freedom Techniques (EFT) lijkt het mogelijk om direct op het niveau van de amygdala en het geheugen in te grijpen. Dat deze relatief nieuwe technieken positief effect hebben bij een breed scala aan angststoornissen is ondertussen bekend. Hoe deze technieken precies werken is een vraag voor verder onderzoek.

Toen ik indertijd het advies kreeg me niet te laten leiden door mijn angst, bedoelde mijn moeder dat ik me niet moest laten leiden door mijn toenmalige angst dat ik de boot zou missen en nooit een opleiding tot medisch specialist zou kunnen volbrengen. Dat was toen, gezien het geringe aantal opleidingsplaatsen, een reële angst.
Ik had op dat moment geen bewustzijn van het feit dat ook ik als kind gevormd ben door angst. Net zoals ik me haar liefdevolle stem aan de telefoon kan herinneren, herinner ik me haar stem als ze me waarschuwde of me opvoedkundig corrigeerde. Ondertussen heb ik nader kennis gemaakt met angst. Nu weet ik dat mijn toenmalige angst een andere, meer existentiële angst bedekte.
Ondanks of wellicht dankzij mijn therapeutische sessies, mijn opleidingen tot Mindfulness Based Cognitieve Therapy (MBCT)-trainer, Hatha-yoga docent en EFT-behandelaar en mijn auto-immuun ziekte, lijk ik in de loop der jaren angstiger geworden. Of zou ik wellicht beter kunnen schrijven: ben ik mijn angst meer gaan voelen?
Soms zou ik willen dat ik mijn oude onverschrokken zelf weer was. Niet gehinderd door angstgedachten of de lichamelijke sensaties van angst. Dan troost ik me met de gedachte dat het hebben van angst een kenmerk is van ons mens-zijn.

Meer informatie: www.karlienbongers.nl

Klik hier om het PDF bestand van dit artikel te openen.

Karlien Bongers

Karlien Bongers

is chirurg (niet-praktiserend) en specialist Integrative Medicine. Ze heeft een eigen coachings- en adviespraktijk en is hoofddocent van de tweejarige STIBIG post-hbo-opleiding tot Integrative Medicine zorgverlener.

Lees meer artikelen >