Wetenschap

TCIM veel ingezet, onderzoek blijft achter

TCIM veel ingezet, onderzoek blijft achter

Een recent gepubliceerd artikel van Adams en collega’s werpt licht op de grote ongelijkheid tussen het wijdverbreide gebruik van traditionele, complementaire en integratieve geneeskunde (TCIM) en het wereldwijde onderzoeksbudget. TCIM ondersteunt naar schatting 80 procent van de wereldbevolking, maar ontvangt minder dan 1 procent van het wereldwijde onderzoeksbudget. Deze grote ongelijkheid treft vooral kwetsbare bevolkingsgroepen in lageinkomenslanden.

Critici wijten dit aan een gebrek aan gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken (RCT’s) als bewijs van onvoldoende wetenschappelijke kwaliteit. Dit argument miskent echter de structurele oorzaken. TCIM-onderzoekers concurreren om financiering die is ontworpen voor biomedisch onderzoek en die wordt beoordeeld door experts zonder TCIM-expertise. Veel TCIM-interventies zijn bovendien goedkoop en vrij beschikbaar, waardoor commerciële prikkels grotendeels ontbreken.
Daarnaast hebben weinig universiteiten een speciale TCIM-afdeling, waardoor de onderzoeksgroep klein, kwetsbaar en versnipperd is. Toonaangevende medische tijdschriften zetten TCIM-onderzoek verder op een zijspoor door beperkte redactionele expertise en een rankingsysteem dat publicatie structureel belemmert.

Door deze structurele barrières blijft TCIM een van de meest onderbenutte troeven van de wereldwijde gezondheidszorg. Dit remt innovatie en ondermijnt toegang tot veilige, effectieve zorg voor iedereen. De oplossing vereist gerichte TCIM-onderzoeksfinanciering, duidelijke carrièrepaden voor TCIM-onderzoekers, erkenning van verschillende vormen van bewijs en een cultuuromslag in de academische en uitgeverswereld. Alleen zo kunnen we het volledige potentieel van TCIM benutten.

VNIG

VNIG

Verzameling van artikelen van schrijvers die op niet-regelmatige basis voor ons schrijven.

Lees meer artikelen >