Belichaamde communicatie

Door: Karlien Bongers
Het eten is bijna klaar als m’n lief thuiskomt. De deur valt net iets te hard in het slot en ik zie afhangende schouders onder een strakke mond en ogen die op onweer staan. Mijn tevreden gevoel over mijn dag verdwijnt als sneeuw voor de zon. Zonder erbij na te denken vraag ik ‘Zware dag gehad?’ en plof aan tafel als voorbereiding op een maaltijd vol gedoe op het werk.
De meeste mensen zullen bij ‘communicatie’ in eerste instantie denken aan het bewust uitwisselen van woorden. Echter, het overgrote deel van ons doen en laten wordt bepaald door ons onderbewuste dat een 200.000 keer grotere hersencapaciteit heeft dan ons bewuste. Hersenen blijken bijvoorbeeld al actief te worden voordat een bewuste handeling wordt uitgevoerd. Dit zogenaamde gereedheidspotentieel werd in 1979 door Libet voor het eerst aangetoond met een experiment waarbij de deelnemers zelf mochten kiezen wanneer ze hun vinger op een draaiend lichtpuntje plaatsten. Tenminste 500 milliseconden voordat ze bewust kozen op welke plek ze hun vinger zouden gaan plaatsen, bleek de motorische hersenschors al actief te worden.
Het woord communicatie komt van het Latijnse woord communicare dat ‘iets gemeenschappelijk maken’ betekent. Het proces van communiceren is het delen van informatie door het uitwisselen van signalen. Hiervoor heb je zowel een zender als een ontvanger nodig, die beiden hun eigen betekenis aan het signaal geven. Zo communiceren planten met hun omgeving om hun voortplanting te bevorderen door bijvoorbeeld geur en kleur en om zich tegen belagers te verdedigen. De passiebloem bijvoorbeeld maakt ter bescherming tegen vraat kleine bolletjes die lijken op de eitjes van de zebravlinder. Door deze nagebootste eitjes legt de vlinder zijn eitjes ergens anders, om niet het risico te lopen dat ze worden opgegeten door de rupsen van een andere zebravlinder.
Taal is slechts een deel van de menselijke communicatie waarbij toonhoogte, intonatie, zinsopbouw en non-verbale signalen medebepalend zijn voor de betekenis van onze woorden. Binnen de neurowetenschappen komt er steeds meer overeenstemming over de specifieke neurale netwerken die een rol spelen bij verschillende sociale interacties. Bij de interpretatie van iemands stem bijvoorbeeld, zijn hersencircuits betrokken die de premotorische hersenschors verbinden met het limbisch systeem en dan vooral met de amygdala, onze thermostaat voor bedreiging. In de loop van het gesprek regelen directe verbindingen van de amygdala naar de hersenstam onze autonome responsen, waardoor bijvoorbeeld onze hartslag versnelt als het gesprek verhit raakt.
Neuronen in de temporaalkwab zijn betrokken bij het herkennen en interpreteren van de emoties op het gezicht van de ander en met behulp van de hersenzenuwen in de hersenstam vormen we de gepaste lach of frons op ons gezicht in antwoord hierop.
Spiegelneuronen in de prefrontale schors en pariëtaalkwabben zorgen voor de mentale beelden die in ons opkomen als we met een ander communiceren. Ze spelen een rol bij het inzicht in denkpatronen van anderen en empathie. Spiegelneuronen weerspiegelen als het ware het gedrag van een ander in het brein van de waarnemer en zijn op dezelfde manier actief als wanneer de handeling door de waarnemer zelf wordt uitgevoerd. Door via spiegelneuronen ‘de ander’ in het eigen brein te simuleren kun je inschatten wat er in de ander speelt. Hierdoor zijn patiënten met het syndroom van Moebius, een aangeboren verlamming van de gelaatsspieren, niet in staat om emoties bij een ander te herkennen.
Laird was in 1979 een van de eerste onderzoekers die aantoonde dat wanneer we onze fysieke verschijning bewust veranderen, we ons anders gaan voelen. Proefpersonen kregen elektroden op hun gezicht geplakt en werden geïnformeerd dat hun spieren werden onderzocht onder diverse omstandigheden. Vervolgens werd hen gevraagd om de wenkbrauwen te fronsen, waarna ze afwisselend agressieve en vrolijke plaatjes te zien kregen. Het experiment werd daarna herhaald met het verzoek om de mondspieren aan te spannen als bij een lach. Het fronsen van de wenkbrauwen had als resultaat dat de proefpersonen bozer werden Ook het kauwen van kauwgum blijkt het vermogen om emoties in een ander te herkennen te verminderen, doordat we al kauwend onze gezichtspieren minder adequaat mee kunnen bewegen met de ander.bij agressieve plaatjes en minder blij bij vrolijke afbeeldingen, terwijl het vormen van een lach een tegenovergesteld effect had.
Onderzoek uit 1988 toonde aan dat proefpersonen die een pen stevig tussen de tanden moesten houden, waarbij dezelfde spieren worden aangespannen als die een lach vormen, meer blijdschap voelden bij grappige afbeeldingen dan als ze de pen losjes tussen de lippen hielden. Dus door je gelaatsuitdrukking emotieloos te veranderen, verander je hoe je je voelt.
Het aanspannen van de musculus corrugator superclii, oftewel het fronsen van de wenkbrauwen, is geassocieerd met negatieve emoties zoals angst, afschuw en boosheid. Met behulp van fMRI kon een verminderde activatie van de amygdala vastgesteld worden in experimenten waarbij deze spier tijdelijk verlamd werd. Fronsen vermindert de luchttoevoer naar de neusholtes, waardoor de temperatuur van het bloed naar de hersenen stijgt. Door de musculus zygomaticus major aan te spannen, waardoor de kaak optrekt zoals bij een lach, wordt de luchttoevoer naar de neusholtes juist vergroot. Het gevolg is dat de hersentemperatuur verlaagt. Bij andere experimenten, waarbij de temperatuur van de hersenen werd gemanipuleerd, was een verhoging van de hersentemperatuur eveneens geassocieerd met negatieve gevoelens en een verlaging met positieve gevoelens.
Ook andere fysiologische parameters, zoals hartslag, vingertemperatuur en spierspanning van de onderarm, blijken te veranderen door gelaatsexpressie. Een gezicht dat boosheid, angst of afschuw uitdrukt, blijkt een specifieke autonome zenuwrespons in de rest van het lichaam te genereren, ook zonder dat de emotie subjectief wordt gevoeld.
Bij het praten gebruiken we onze gelaatsspieren. Zo wordt de musculus corrugator superclii (fronsen) aangespannen als we een uu uitspreken en de musculus zygomaticus major (lachen) bij ee- en aa-klanken. Bij onderzoek bleken verhalen met veel woorden met een uu minder te worden gewaardeerd dan als er veel ee- en aa-woorden werden gebruikt.
Tot slot is ook lichaamshouding een deel van de non-verbale communicatie. Het is niet alleen medebepalend voor hoe de ander jou begrijpt, het is ook aangetoond dat je lichaamshouding van invloed is op hoe jij je voelt en op je motivatie. Zo kregen proefpersonen de opdracht om gedurende acht minuten ofwel ingezakt met hangende schouders ofwel met borst vooruit en rechte rug te staan, waarna ze onoplosbare geometrische puzzels moesten maken. Degenen die met rechte rug hadden gestaan, gingen veel langer door met de opdracht dan degenen met hangende schouders.
Op het moment dat ik me realiseer welke signalen ik uitzend als ik communiceer, kan ik ervoor kiezen het anders te doen. Dus in plaats van neer te ploffen aan tafel, recht ik mijn rug, open ik mijn armen en zeg met een lach op mijn gezicht ‘Hee liefie, welkom thuis!’
Meer informatie: www.karlienbongers.nl

Karlien Bongers
is chirurg (niet-praktiserend) en specialist Integrative Medicine. Ze heeft een eigen coachings- en adviespraktijk en is hoofddocent van de tweejarige STIBIG post-hbo-opleiding tot Integrative Medicine zorgverlener.
