Diagnose in een lach

Door: Karlien Bongers
Ik heb altijd rare tanden gehad. Mijn voortanden hadden groeven die geelbruin verkleurd waren met hier en daar zwarte putjes. Een doodziek jochie zei ooit tegen me: ‘Dokter, je moet je tanden poetsen!’ Ik weet niet of ik me er voor schaamde. Ik wist niet beter dan dat ik die rare tanden had. Wel lachte ik zelden breeduit.
Van jongs af aan poetste ik tweemaal daags mijn tanden. Dus daar kon het niet aan liggen. Toen ik ouder werd gebruikte ik op advies van mijn tandarts tandpasta met extra toevoegingen om mijn tanden wit te krijgen. Dat was voordat ik wist hoe schadelijk tandpasta kan zijn.
Hoewel we de meeste tandpasta uitspugen krijgen we in ons leven gemiddeld 75 liter tandpasta binnen. Deeltjes die in tandpasta zitten kunnen in ons bloed terechtkomen. Het blijkt dat populaire ingrediënten zoals triclosan, natriumlaurylsulfaat (SLS) en diethanolamine (DEA) hormoonverstoringen kunnen veroorzaken of kankerverwekkend kunnen zijn. Bovendien zit in de meeste tandpasta fluoride. Dat lijkt goed: fluoride maakt je tanden immers sterk! Helaas is er met wetenschappelijk onderzoek nooit onomstotelijk bewezen dat bijvoorbeeld het fluorideren van drinkwater, zoals dat wordt gedaan in de Verenigde Staten, tandbederf voorkomt. Wel is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat een overdosis fluoride je botten kan aantasten en de functie van je hersenen, immuunsysteem, schildklier en alvleesklier kan verstoren.
Naar schatting heeft 40% van de tieners in Amerika fluorosis dentalis (fluorose). Hierbij vormen zich witte en bruine vlekken in het tandglazuur. Het is een teken van een overdosis fluoride op de leeftijd van zes maanden tot vijf jaar, de tijd dat de tanden zich vormen. Fluor zit overigens ook in pesticiden, bewerkt voedsel en dranken, antiaanbaklaag van pannen en in sommige medicijnen.
Voor 2005 had ik geen weet van de effecten van fluor. Als kind van mijn tijd dronk ik in mijn jeugd gefluorideerd kraanwater en slikte braaf mijn fluortabletjes. Mijn rare tanden heb ik nooit in verband gebracht met een ziekte of aandoening, ook niet toe ik geneeskunde ging studeren. Sowieso weten artsen nauwelijks iets over het gebit: het heeft geen plaats in het curriculum.
Ik ging me pas voor tanden interesseren toen ik in 2005 medische missies in het buitenland ging doen. Hoewel ik op mijn ochtendwandeling in Bangladesh families hun tanden zag poetsen bij de visvijver en in Nepal de kinderen vertelden dat ze ’s ochtends hun tanden poetsten, bleken de gebitjes over het algemeen in een erbarmelijk staat. Net als bij de kinderen die ik onderzocht in Bolivia, India en Afrika. Soms met een positieve uitschieter. Bijvoorbeeld de kinderen van een traditionele Masai-gemeenschap in Tanzania die hun tanden poetsen met een takje, of de kinderen van een dorp in het oerwoud in het zuiden van Nepal. Toen we in 2007 voor de eerste keer dit laatste dorp bezochten was het nog zo goed als afgesloten van de wereld. De mensen leefden van wat de jungle hen bracht. Zelfs de zo bij de Nepali geliefde suiker in de thee ontbrak. De tanden waren opvallend gaaf – toen. In de jaren daarna ontwikkelde het dorp zich. Er werden toiletten gebouwd en er kwamen wat winkeltjes. Het resultaat was zichtbaar in de gebitten van de kinderen die we onderzochten. Bijna ieder kind heeft nu een slechter gebit met cariës en tandvleesproblemen.
‘…is bij weinig artsen bekend dat een slecht gebit een risico vormt voor
andere ziekten…en de kans vergroot op premature geboorte.’
Al in de jaren dertig van de vorige eeuw publiceerde de Amerikaanse kaakchirurg Price zijn wereldwijd opgedane bevindingen dat de introductie van westers voedsel in jager-verzamelaars populaties een enorme toename van tandbederf tot gevolg had. In 2013 analyseerde een internationaal team van wetenschappers het DNA van onze voorouders en concludeerde dat door het bewerken van voedsel de gaatjesvormende bacterie Streptococcus mutans zich in onze mondholte heeft kunnen vestigen. Deze bacterie zelf is niet de veroorzaker van het tandbederf. Wel het melkzuur dat hij produceert door de fermentatie van suikers in ons eten. Dit melkzuur zorgt voor een zuuraanval op je tanden.
Uit de melksuiker lactose die in zuivelproducten zit, wordt geen melkzuur gemaakt. Helaas worden er vaak suikers toegevoegd bij de bewerking van melkproducten. Het vinden van bijvoorbeeld zuigelingenvoeding zonder toevoeging van mais of soja is lastig. In opvolgmelk voor kinderen vanaf zes maanden is bij de meest verkochte merken ook nog glucose toegevoegd. Het voor het gebit schadelijke melkzuur wordt op grote schaal gebruikt in de voedselindustrie als E-nummer 270 in bijvoorbeeld instant maaltijden, sauzen, kaas en boter maar ook ontpitte olijven.
Tijdens het nakijken van de kinderen in al die landen zag ik voor de eerste maal tanden met fluorose. Ik herkende het beeld van mijn eigen tanden. Toen ik me noodgedwongen ging verdiepen in coeliakie bleek dat deze ziekte gerelateerd is aan tandglazuurproblemen waarbij de voor mij herkenbare verkleuringen, pitten en groeven kunnen ontstaan. Coeliakie gaat ook vaak gepaard met een vertraagde doorbraak van de tanden, aften, speekseltekort en atrofie van het tongslijmvlies. Deze tand en mondproblemen kunnen voorkomen zonder dat er duidelijke buikklachten zijn. Als tandartsen het beeld zouden herkennen, zouden ze een belangrijke rol kunnen spelen bij de vroegdiagnostiek van deze systeemziekte.
Tegelijkertijd is bij weinig artsen bekend dat een slecht gebit een risico vormt voor andere ziekten zoals bijvoorbeeld hartvaatziekten, reumatoïde artritis, diabetes en diverse vormen van kanker en de kans vergroot op een premature geboorte. Ontsteking van het tandvlees, peridontitis, wordt door sommigen zelfs de zesde complicatie van diabetes genoemd. Dat goede mondzorg ook nog eens kosteneffectief is bleek uit een studie uitgevoerd door de Harvard Medical School bij 339.000 mensen die werd gepubliceerd in 2014. Mensen met hartvaatziekten en diabetes die hun peridontitis lieten behandelen, hadden gemiddeld 30% minder algemene ziektekosten en bij zwangeren was de besparing zelfs ruim 70% door de preventie van vroeggeboorten. Bij mensen met reumatoïde artritis werd geen kostenbesparing gezien maar in andere studies zijn er wel aanwijzingen dat de behandeling van peridontitis bij deze patiënten leidt tot minder gewrichtsklachten.
Systeemziekten waarbij een chronische ontsteking een rol speelt zouden dus door artsen en tandartsen gezamenlijk moeten worden behandeld.
Zover is het in Nederland nog niet. Dus wat kunnen we zelf doen? De vorming van melkzuur in je mond is met ons huidige voedingspatroon bijna niet te voorkomen. Minimaal tweemaal daags tanden poetsen, flossen en/of ragen helpt om opeenhoping van bacteriën in je mond te voorkomen. Daarbij verdient het aanbeveling om te letten op de ingrediënten van de tandpasta. Door niet continu maar met tussenperiodes van twee à drie uur iets te eten of te drinken krijgt het tandglazuur de kans zich te herstellen van de melkzuuraanval. Door je speekselproductie te stimuleren door goed te kauwen op bijvoorbeeld rauwe groenten zorg je dat het melkzuur wordt verdund en weggespoeld. Plantenextracten zoals Miswak van de Arakboom die onder andere in Afrika groeit en ook tandenborstelboom wordt genoemd, tea tree oil of groene thee blijken te kunnen helpen om cariës te voorkomen.
In mijn leven heb ik veel verschillende tandartsen bezocht. Geen een heeft ooit een link gelegd tussen mijn rare tanden en coeliakie. Net zo goed als er nooit een maag-darm-leverarts in mijn mond gekeken heeft. Niet dat ze nu de typische coeliakie tandglazuurafwijkingen zouden kunnen zien: in 2010 heb ik mijn groeven en putjes laten opvullen. Ik ben gezwicht voor een stralende glimlach. Of dit heeft bijgedragen aan mijn auto-immuunziekte blijft de vraag.
Meer informatie: www.karlienbongers.nl

Karlien Bongers
is chirurg (niet-praktiserend) en specialist Integrative Medicine. Ze heeft een eigen coachings- en adviespraktijk en is hoofddocent van de tweejarige STIBIG post-hbo-opleiding tot Integrative Medicine zorgverlener.

