Leren door bewegen

Door: Karlien Bongers
Ik lig met mijn zoon van zeven maanden op het kleed. We hebben net intensief gespeeld met twee blokjes. Hij heeft de oranje en ik de blauwe. Eerst tikken we ieder afzonderlijk op de grond. Sorry onderbuurvrouw! Dan tikken we tegen elkaars blokje. Mijn zoon kraait van plezier. Nu rusten we uit. Ik praat tegen hem. Gebiologeerd kijkt hij naar mijn mond. Dan schenkt hij mij z’n stralende lach en begint te brabbelen.
De mond en de hand vormen samen een functioneel systeem. Direct na de geboorte doet een baby zijn mond open als je op zijn handpalm drukt. Als ze iets ouder zijn, blijkt het uitsteken van de wijsvinger samen te gaan met het openen van de mond en nog wat later met het maken van geluidjes. Hun gebrabbel blijkt in 75% samen te gaan met ritmische handbewegingen. Als ze hun eerste woordjes kunnen zeggen maken ze, als ze iets duidelijk willen maken, eerst een gebaar en zeggen dan een woord. Hoe goed kinderen in staat zijn om een hiërarchische structuur te maken zoals het stapelen van blokjes, blijkt een maat voor hun verbale vaardigheid.
Als volwassenen hebben we allemaal onze eigen unieke gebaren. Ritmische gebaren, die als het ware de maat slaan, en iconische gebaren. Iconische gebaren ondersteunen ons begrip van wat er wordt gezegd. Zo weten we dat kinderen een rekensom beter maken als bij de uitleg gebruik wordt gemaakt van ondersteunende gebaren dan wanneer er geen gebaren worden gemaakt. Gebaren die niet overeenkomen met de inhoud van de woorden bemoeilijken het leren zelfs.
‘… waaruit blijkt dat mentale activiteiten niet
los staan van lichamelijke activiteit…’
Neuro-imaging experimenten hebben laten zien dat het gebied dat in verband staat met taal, het gebied van Broca, wordt geactiveerd tijdens het zien of het nadoen van een beweging.
Door met behulp van transcraniële magnetische stimulatie (TMS) het gebied van Broca bij gezonde proefpersonen tijdelijk stil te leggen, ontstaat een onvermogen om te spreken (afasie) en een onvermogen een beweging te imiteren.
Dit is een van de experimenten waaruit blijkt dat mentale activiteiten niet los staan van lichamelijke activiteit zoals vroeger gedacht werd, maar dat onze mentale processen mede worden gevormd door lichamelijke ervaringen. Het is zelfs zo dat als je leest dat je iemand kust de motorische hersengebieden worden geactiveerd die betrokken zijn bij het geven van een kus zonder dat je de actie ook daadwerkelijk uitvoert. Hierbij zijn de zogenoemde spiegelneuronen betrokken die ons als het ware helpen om een beweging na te bootsen alsof we zelf de beweging maken. Door te kijken naar een actie van een ander worden door de spiegelneuronen dezelfde hersendelen actief bij de toeschouwer alsof de actie zelf wordt uitgevoerd. De ontdekking van spiegelneuronen toont aan dat er een voortdurende wisselwerking is tussen binnen- en buitenwereld waarbij we ons niet zozeer verplaatsen in de ander maar de ander plaatsen in ons eigen brein op basis van zintuigelijke waarneming. Hierdoor kunnen we de handelingen, maar ook de gedachten en emoties van een ander letterlijk ervaren in ons eigen lichaam.
Ook zelf bewegen verandert de structuur en de functie van het brein. Zowel studies bij dieren als mensen hebben laten zien dat bewegen het hersenvolume doet toenemen en dat leeftijdgerelateerde gaten in de witte en grijze massa kleiner worden dan wel verdwijnen. Een toename van stoffen als Nerve-Growth-Factor (NGF) en Brain-Derived-Neurotrofic-factor (BDNF), een verbeterde doorbloeding en een toename van het aantal synapsen spelen hierbij een belangrijke rol. Bovendien neemt de vorming van nieuwe hersencellen, de neurogenese, toe. Zo blijkt uit een meta-analyse van Scherder et al. uit 2013 dat bij ouderen wandelen een positief effect heeft op hersenfuncties die bepalend zijn voor het zelfstandig functioneren, de zogenoemde executieve hersenfuncties, zoals impulscontrole en het organiseren en handelen op basis van informatie uit de omgeving.
Bij beeldvormend onderzoek naar de effecten van meditatie, zoals toename van zelfreflectie, impulscontrole en empathie, blijkt de ventromediale prefrontale cortex een belangrijke rol te spelen. Dit gebied blijkt ook actief te zijn bij lichamelijke activiteit. Bovendien blijkt dit deel van de hersenen een neuronaal circuit te vormen met de hippocampus.
De hippocampus speelt behalve bij leren en herinnering, een belangrijke rol bij de down-regulatie van het stresshormoon cortisol. Als door chronische stress het volume van de hippocampus afneemt neemt ook de remmende werking op de productie van cortisol af waardoor de cortisolspiegel nog verder kan stijgen. Door bewegen neemt het volume van de hippocampus toe met als positief bijeffect dat het de productie van cortisol weer kan laten afnemen.
In dierstudies blijkt door beweging de hippocampus zelfs twee tot drie keer meer nieuwe cellen te kunnen krijgen. Recent is er onderzoek gepubliceerd waarin het aantal nieuwe hersencellen in de hippocampus van ratten werd geteld na verschillende soorten work-outs gedurende zeven weken. De ratten die hadden gejogd, vertoonden een enorme toename van nieuwe hersencellen. De ratten die het equivalent van de high-intensity training hadden gevolgd, hadden iets meer nieuwe hersencellen dan de ratten die geen enkele activiteit hadden verricht maar duidelijk minder dan de ratten die de duurtraining hadden gekregen. De hersenen van ratten die aan gewichtheffen hadden gedaan, zagen er precies hetzelfde uit als de ratten die weken rustig in hun kooitje hadden gezeten. Natuurlijk zijn ratten geen mensen maar deze resultaten suggereren dat duurtraining waarschijnlijk voor de hersenen het gezondst is.
Met de toename van obesitas bij kinderen is er aandacht gekomen om bewegen op school te stimuleren. Hoewel de interventies met name gericht waren op afvallen, werd er ook een verbetering gezien van de executieve hersenfuncties. Naast een verbetering van bijvoorbeeld impulscontrole, flexibel denken, planning en prioritering, bleek ook het werkgeheugen te verbeteren als kinderen in plaats van zittend, staand gingen leren.
Onderzoek uit 2014 laat zien dat de leerprestaties van met name slecht presterende leerlingen verbeterden als ze tussen de lessen door mochten bewegen. Dit kwam vooral doordat na het bewegen hun aandacht verbeterde, omdat ze beter in staat waren om irrelevante informatie te negeren. Uit ander onderzoek blijkt dit vermogen juist te verslechteren na intensief bewegen. Met andere woorden: te intensieve lichamelijke activiteit kan juist de impulscontrole verminderen wat doorwerkt ook nadat de activiteit al is gestaakt.
Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat de mate van fysieke fitheid effect heeft op ons cognitieve functioneren. Of bewegen de creativiteit stimuleert is wetenschappelijk niet onomstotelijk aangetoond, hoewel creatievelingen claimen dat ze met bewegen hun mentale blokkades of gebrek aan inspiratie kunnen opheffen. Studies tonen dat spontaniteit en originaliteit verbeteren na bewegen, maar dat er geen effect is op het combineren van verschillende ideeën. Een studie waarin gekeken werd naar het effect van bewegen op di- en convergent denken, liet zien dat de fitte proefpersonen beter presteerden bij zogenoemde convergente taken (een oplossing voor een probleem) maar niet beter bij divergente taken (meerdere oplossingen voor een probleem). De niet fitte proefpersonen presteerden bij beide taken slechter na bewegen.
‘… dat de mate van fysieke fitheid effect heeft op
ons cognitieve functioneren.’
Terwijl ik naar mijn kleine man kijk en zie met welk gemak hij moeilijke yogaposes zoals de neerwaartse hond en de zijwaartse plank uitvoert, vraag ik me af wat het effect zou zijn van yoga op de cognitie van mensen met Alzheimer. Voor zover ik weet is daar nog geen onderzoek naar gedaan. Een ding weet ik wel: ik moet zorgen dat hij niet oververmoeid raakt. Misschien zou ik die kennis wat vaker op mezelf moeten toepassen.
Meer informatie: www.karlienbongers.nl

Karlien Bongers
is chirurg (niet-praktiserend) en specialist Integrative Medicine. Ze heeft een eigen coachings- en adviespraktijk en is hoofddocent van de tweejarige STIBIG post-hbo-opleiding tot Integrative Medicine zorgverlener.

