Columns

Mais: goed voor U?

Mais: goed voor U?

Door: Karlien Bongers

Als kind was ik dol op mais. Stiekem pikten we maiskolven en mijn moeder kookte ze met een beetje zout en suiker. Hoewel de velletjes tussen mijn tanden gingen zitten genoot ik van het met m’n handen eten van een met roomboter ingesmeerde verse maiskolf. Dat was de tijd dat de snelweg een tweebaansweg werd ter hoogte van Staphorst. In die tijd had de ruilverkaveling nog niet plaatsgevonden en stonden de korenschoven op het land te drogen. Zomerkoninkjes kon je alleen in de zomer kopen, asperges tot Sint-Jan en in de winter aten we slechts alle varianten kool. De woorden Roundup en GMO kenden we nog niet. De melkboer bracht de flessen pure yoghurt en melk aan huis en suiker was nog herkenbaar als suiker.

Als student gebruikte ik blikjes mais om mijn gerechten iets exotisch te geven en bovendien waren ze goedkoop. Ik hield me in die tijd nog niet bezig met gezonde voeding. Mijn studie Geneeskunde hield zich daar ook niet mee bezig. Gedurende de zes jaar studie werd hooguit twee uur aan voeding besteed.
Ik was niet de enige die begin jaren tachtig gebruik maakte van het feit dat mais een goedkoop bestanddeel van voeding is. Intussen heeft de voedselindustrie mais ontdekt als goedkope bron om hun producten aantrekkelijk te maken. Vrijwel alles wat nu door de voedingsindustrie wordt geproduceerd bevat suiker. Heel veel suiker.

 

Aten onze prehistorische voorouders twintig eetlepels suiker per jaar, tegenwoordig eten Nederlanders gemiddeld 24 kilo suiker per jaar. Dat zijn vijftien suikerklontjes per dag. Deze totale hoeveelheid suiker is afkomstig van zowel toegevoegde als van nature aanwezige suiker in bijvoorbeeld fruit en groente. Jongens tussen de negen en achttien jaar krijgen zelfs negentien suikerklontjes per dag binnen. Als je bedenkt dat bijvoorbeeld een glas cola het equivalent van zes suikerklontjes bevat en Fristi net als Vifit, het drankje met het ‘ik kies bewust’-logo, vijf suikerklontjes, zeggen deze getallen eveneens iets over de beperkte hoeveelheid groente en fruit die jongeren per dag eten. In een onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam uit 2012 gaven de geïnterviewde tien- tot twaalfjarigen zelfs aan dat ze gemiddeld drie glazen frisdrank en twee glazen vruchtensap per dag drinken. Dat zijn ongeveer 25 suikerklontjes!

Suiker maakt voedsel en drank onweerstaanbaar. En tot een zeker punt, het zogenoemde blisspoint, geldt: hoe meer suiker hoe onweerstaanbaarder. Leerden we vroeger nog dat alleen het puntje van onze tong zoet kan proeven, tegenwoordig weten we dat speciale receptoren voor zoet in alle tienduizend smaakpapillen van de tong zitten, die allen zijn aangesloten op het genotcentrum in onze hersenen. Sterker nog, recent onderzoek heeft aangetoond dat er receptoren voor zoet niet alleen in de mond maar ook in de slokdarm, maag en alvleesklier aanwezig zijn. Suiker is zo onweerstaanbaar dat we er meer van eten dan goed voor ons is.

‘…tegenwoordig weten we dat speciale receptoren voor zoet
in alle tienduizend smaakpapillen van de tong zitten…’

Veel van wat we tegenwoordig weten over de aantrekkingskracht van suiker komt van het onderzoek van Mondell Chemical Senses Center in Amerika dat door de voedingsindustrie gesponsord wordt. Het blijkt dat kinderen meer zoet (en zout) kunnen verdragen dan volwassenen. Gewenning aan toegevoegde suikers (en zout) in bewerkte voedingsmiddelen speelt hierbij een rol. Ook is gebleken dat suiker in vloeibare vorm geen verzadigingsprikkel veroorzaakt. Je kunt het dus blijven nuttigen zonder dat je lichaam aangeeft dat het genoeg heeft gehad. De kennis die wordt opgedaan in dit instituut wordt gebruikt door de voedingsindustrie om hun producten nog onweerstaanbaarder te maken. De financiële belangen zijn groot. Heel groot.

Voor de Britse zeeblokkade van Frankrijk in 1807 werd suiker uit suikerriet gewonnen. Daarna werd ook suikerbiet een belangrijke bron voor suiker in Europa. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd fructoserijke maissiroop uitgevonden. Doordat mais een product is dat al decennialang zwaar gesubsidieerd wordt door de Amerikaanse overheid is het een goedkope bron van suiker. Voor de frisdrankindustrie is een bijkomend voordeel dat deze bron van suiker vloeibaar is.

Sacharose, in het Engels sucrose, is de term voor de suiker die we kennen uit de suikerpot op tafel. Het is een verbinding tussen een molecuul glucose (druivensuiker) en een molecuul fructose (vruchtensuiker). Sacharose is een koolhydraat, net zoals bijvoorbeeld groente en bonen. De energie van sacharose is ongeveer gelijk aan die van eiwitten (4 kcal/gram) en de helft van vetten. In de darm wordt de verbinding tussen de moleculen verbroken waarna ze worden opgenomen in het bloed. Glucose kan door iedere cel worden gebruikt. Fructose alleen door de lever. In de lever wordt de fructose omgezet in onder andere triglyceriden en cholesterol.

 Omdat fructose niet leidt tot de productie van hormonen als insuline en leptine wordt de regulatie van de voedselinname verstoord: het lichaam krijgt geen signaal ‘stop met eten’. Door het gebruik van de fructoserijke maissiroop in ons eten en drinken hebben dus geen fysieke rem op de hoeveelheid die we in onze mond stoppen. Bovendien lijkt fructose de vorming van eiwitten te stimuleren en een ontstekingsreactie in de lever te induceren met leverschade, zoals een vetlever en leverfibrose, als gevolg. Ook komt uit wetenschappelijk onderzoek naar voren dat fructose insulineresistentie bevordert, het lichaamsgewicht doet toenemen, evenals de hoeveelheid triglyceriden (‘foute vetten’) in het bloed. Fructose lijkt verband te houden met diabetes mellitus type 2 en mogelijk ook met kanker. Recent is fructose ook in verband gebracht met het ontstaan van een ‘leaky gut’, de mogelijke oorzaak van de forse toename van auto-immuunziekten.

Fructoserijke maissiroop bevat tot 90% fructose gewonnen uit mais. Deze mais is voornamelijk afkomstig uit Amerika waar genetisch gemodificeerde planten (GMO) en bestrijdingsmiddelen als Roundup zijn toegestaan. Om de fructose uit de mais te krijgen worden diverse chemicaliën gebruikt zoals chlooralkali. Kwikresten en resten van diverse bestrijdingsmiddelen zijn dan ook terug te vinden in deze maissiroop. De schatting is dat ongeveer 40% van de toegevoegde suikers in ons bewerkt voedsel bestaat uit fructoserijke maissiroop.

‘…dus geen fysieke rem op de hoeveelheid die
we in onze mond stoppen.’

Met mais als voeding is op zich niets mis. Het heeft bijvoorbeeld een lage glycemische index, wat betekent dat het niet leidt tot een insulinepiek en het bevat veel antioxidanten, fytonutriënten, fosfor en de vitaminen B3 en B6. Maar als je op een etiket ziet staan dat er gemodificeerd maiszetmeel of maissiroop in verwerkt is, zou ik het product niet kopen. Dat maakt het boodschappen doen er niet eenvoudiger op want in bijna alle producten in de supermarkt en zelfs in medicijnen zit gemodificeerd maiszetmeel of maissiroop.
Mede gedwongen door mijn glutenintolerantie ben ik terug naar het voedselpatroon van toen de snelweg nog ophield bij Staphorst. En ik zal u zeggen: het gaat me steeds beter (af).

Meer informatie: www.karlienbongers.nl

Klik hier om het PDF bestand van dit artikel te openen.

Karlien Bongers

Karlien Bongers

is chirurg (niet-praktiserend) en specialist Integrative Medicine. Ze heeft een eigen coachings- en adviespraktijk en is hoofddocent van de tweejarige STIBIG post-hbo-opleiding tot Integrative Medicine zorgverlener.

Lees meer artikelen >