Ongemak en troost

Door Floor van Orsouw
‘Loop maar naar die boom toe, voel goed aan de bast, en misschien wil je de boom wel omhelzen.’ Ik keek mijn coach aan met een blik of ze gek geworden was. We liepen langs de singel in Utrecht, en we waren niet de enigen die dag. Aan de bast voelen was tot daaraan toe, maar een boom knuffelen terwijl er mensen langsliepen met hun hond, dat ging me te ver.
De wandeling langs de singel is een vormende ervaring geworden, een ervaring die ik in een kantoorgebouw niet had kunnen opdoen. De symboliek die je in de natuur vindt, kun je meteen aanraken en soms zelfs in je jaszak stoppen: een kastanje, een steen, een knoestig takje. Voor mij is de boom die daar al eeuwenlang aan het water staat, stevig geworteld in de grond, die zich niet heeft laten wegblazen – ook niet tijdens de Tweede Wereldoorlog – een krachtige richtingaanwijzer geworden.
Wandelen in het park, naar rollende golven kijken en luisteren naar hun gebulder, boslucht opsnuiven, de zon op je huid voelen, met je handen in de aarde wroeten, struiken snoeien en bloemen planten. Als ik vraag naar wat voor mensen belangrijk is in hun leven, naar wat hen steun, troost en rust geeft, is het antwoord heel vaak: de natuur. Ook uit talloze onderzoeken blijkt hoe belangrijk groen kan zijn bij lichamelijk en psychisch herstel. Toch vindt veel therapie en begeleiding binnen plaats. In coronatijd is wandelcoaching populair geworden, maar inmiddels worden de meeste sessies weer tussen vier muren gegeven. Een beweging als De Groene GGZ wil daar verandering in brengen.[1]
Mensen helpen in de buitenlucht brengt ongemak met zich mee. Wat als het halverwege de sessie gaat stortregenen? Wat als iemand die moeilijk ter been is, over een boomstronk struikelt? Wat als het zo druk is in het park dat een cliënt zich niet durft te uiten? Zowel de professional als de cliënt moet buiten haar comfortzone treden. In veel gevallen is het de moeite van het ongemak waard.
Met mooi weer zijn de bewoners van ggz-instellingen vaker buiten te vinden. Op een locatie waar ik als geestelijk verzorger werk ga ik regelmatig naast iemand op een bankje zitten of lopen we een rondje. Een oudere dame die niet wilde praten over het verlies van haar man, kon ik wel bewegen om een wandeling te maken. ‘U mag praten, maar het hoeft niet’, had ik gezegd. ‘Als u liever in stilte wandelt, is dat ook goed.’ Omdat ze moeilijk liep, haakte ik mijn arm in de hare. Zwijgend wandelden we door nauwe straten naar het dichtstbijzijnde park. De bomen waren getooid in vurige herfstkleuren. ‘Wat is het mooi hier’, zei ze. ‘Kijk naar die bladeren. Met mijn man ging ik veel wandelen. Ik mis hem zo, het verdriet gaat niet weg, het wordt alleen maar erger.’ Daarna wandelden we in stilte verder. Ze gaf meerdere keren aan dat ze het fijn vond om in stilte te wandelen en dat ze niet hoefde te praten. Het buiten zijn, het bewegen, getuige zijn van de verandering in de natuur, samen wandelen. Ze ervoer schoonheid en rust, en dierbare herinneringen passeerden de revue. Het verdriet werd niet minder, maar er zat beweging in.
Bronvermelding:
- Zorginstituut Nederland. (2025). Factsheet: De Groene GGZ, Natuur als werkzame kracht in de zorg. Geraadpleegd op 6 januari 2026, van www.zorginstituutnederland.nl/factsheet-omdenker-de-groene-ggz/factsheet-omdenker-de-groene-ggz.pdf

VNIG
Verzameling van artikelen van schrijvers die op niet-regelmatige basis voor ons schrijven.
