Perspectiefwissel
Laatst reed ik een tijdje achter een ambulance. Ik probeerde te zien wie er achter het stuur en op de bijrijdersstoel zaten en ineens voelde ik tranen opkomen. Mijn enige ambulancerit ooit, nu een jaar geleden, kwam weer levendig tevoorschijn.
Midden in de nacht werd ik wakker met een drukkend gevoel op mijn borst. Ik had dat vaker, maar nu hield het aan. Mijn partner was ook wakker geworden en vond het na een tijdje zorgelijk. De huisarts die we belden liet een ambulance komen. Al snel stapten er twee ambulancemedewerkers de slaapkamer binnen. De verpleegkundige vroeg of we in een andere kamer konden gaan zitten, zodat ons zoontje, dat naast mij lag, verder kon slapen. Ongemakkelijk ging ik in mijn pyjama op een stoel zitten. Ze stelden mij gerust en sloten mij aan op een monitor. ‘Het ziet er goed uit, maar omdat bij vrouwen een hartaanval alleen uitgesloten kan worden door bloedonderzoek, willen we in het ziekenhuis toch even verder laten onderzoeken.’ Toen de verpleegkundige een infuus probeerde in te brengen in mijn hand, werd het zwart voor mijn ogen. Daarop besloot ze om zonder infuus naar het ziekenhuis te rijden. Ik had door alle draden die aan mij vastzaten hulp nodig met mijn schoenen aantrekken en de chauffeur zei gekscherend: ‘Kan je niet eens zelf je veters strikken?’ Ik schoot in de lach en voelde me gezien als mens, in plaats van als hulpbehoevende patiënt. Mijn partner bleef thuis bij onze zoon, zodat die verder kon slapen. De ambulancerit was eigenlijk best gezellig. Ik kletste met de verpleegkundige en zij bereidde mij voor op wat mij in het ziekenhuis te wachten stond.
In het ziekenhuis had ik een andere ervaring. De verpleegkundige was aardig, maar verdween al snel. Toen ik uren alleen in het felle licht in de behandelkamer had gelegen, bedacht ik me: als iemand me nu een geestelijk verzorger aanbiedt, zeg ik ‘graag’. Het had ook al geholpen als iemand het licht had gedimd. Of had gecheckt of ik bij de oproepknop kon. Al die uren lag ik te malen: was het een hartaanval; wat kan het anders geweest zijn? Had ik dit kunnen voorkomen? Ik had behoefte om mijn ervaring en overwegingen met iemand te delen.
De arts kwam aan het begin van de ochtenddienst en vertelde mij gelukkig dat mijn hart en longen gezond waren, en gaf het kort advies ‘rustig aan, misschien nog even langs de huisarts’, en was de kamer alweer uit. Mijn perspectief op mijn eigen gezondheidssituatie was wellicht belangrijk geweest om met hem te delen, maar daar werd niet naar gevraagd.
Het uitdiepen van het perspectief van de cliënt is voor mij een belangrijk onderdeel van mijn werk. Toch trap ik evengoed in de valkuil om soms in algemeenheden te denken: zo gaat dat nou eenmaal bij rouw. Als professional probeer je de cliënt te helpen vanuit je kennis en kunde. Je kunt het ook omdraaien en je afvragen: Wat als ik deze cliënt was en ik kwam nu de ruimte binnen? Wat zou ik ervaren en wat zou ik wíllen ervaren?
De ambulancerit met ziekenhuisbezoek schudde mij wakker. Het verschil in bejegening zit hem in de kwaliteit van aandacht en oog voor het perspectief van de ander. Het liefst met een beetje humor, te leren van ambulancemedewerkers.
VNIG
Verzameling van artikelen van schrijvers die op niet-regelmatige basis voor ons schrijven.