Taboesfeer

Op een werkblad stond een vijftal plaatjes met de vraag: wat zie je en wat denk je erbij? Er was ook een illustratie van een paar naakte mensen op het strand. Dit was een opdracht in de les van het humanistisch vormingsonderwijs (HVO), dat ik in groep 8 van de basisschool één van de leukste vakken vond. Ik dacht aan de zomervakanties met mijn ouders: vaak kampeerden wij op naturistencampings in Frankrijk. Daar bewaarde ik goede herinneringen aan.
‘Ik vind dit toch wel een beetje raar,’ zei de juf, ‘zo in je blootje op het strand lopen als je ook een zwembroek aan kunt trekken.’ Ik schrok, het was voor het eerst dat ik iemand dat zo uitgesproken hoorde zeggen over iets dat voor mij heel normaal was geweest. Alle kinderen in de groep kwamen aan de beurt om iets te zeggen, en ik dus ook. Ik twijfelde: zou ik vertellen over mijn vakantie-ervaringen of zou ik me op de vlakte houden?
Er vlamde van binnen iets op dat mezelf wilde verdedigen. ‘Als ik naar dit plaatje kijk, vind ik het gewoon. Wij zijn vroeger naar naturistencampings geweest, daar is iedereen in zijn blootje, behalve als het slecht weer is,’ zei ik. De juf en de kinderen keken mij aan en zwegen. ‘Ik vind het ook heel gewoon. We zijn toch allemaal bloot onder onze kleren? Niemand wordt met kleren aan geboren’, zei een jongen uit groep 7, op wie ik vanaf dat moment een heimelijk oogje had.
Deze ervaring leerde mij dat mensen verschillende normen en waarden kunnen hebben, mede gebaseerd op hun ervaringen in het leven. En dat het pijn kan doen als iemand jouw leefwijze veroordeelt. Dat ik toch mijn verhaal deelde, kwam ook door de veiligheid in de groep. Hoewel de docente op dit punt een vrij ongenuanceerd oordeel uitsprak, had ik mij altijd vrij gevoeld om mijn mening en ervaringen te delen. De steun van de groepsgenoot heeft bijgedragen aan mijn vertrouwen om ook na dit voorval kwetsbare dingen te delen in de les.
Naaktlopen zit in de taboesfeer, net als vele andere onderwerpen waar cliënten soms over willen delen, maar dit lang niet altijd durven. Zo heb ik zelf eens niet zo open gereageerd toen een cliënt vertelde dat zij haar kinderen in hun jeugd had geslagen als zij iets deden dat niet mocht. De vrouw in kwestie klapte dicht en het kwam niet tot een tweede gesprek. Het is als geestelijk verzorger mijn taak om interesse te tonen, iemand proberen te begrijpen en om mijn oordeel uit te stellen, ook als iemands ziens- of leefwijze in eerste instantie afkeer bij mij oproept.
Dat ongemakkelijke onderwerpen als seksueel misbruik, verlangen naar de dood, maar ook menstruatie- en overgangsklachten vaker onder de aandacht worden gebracht en zo langzamerhand uit de taboesfeer kruipen, lijkt mij een positieve ontwikkeling. Als samenleving doen we er goed aan om persoonlijke verhalen te vertellen en te horen. Vooral als de mensen die hun verhaal doen in staat zijn om om te gaan met de reacties. In een therapeutische setting zouden ze zich daar geen zorgen over hoeven te maken. Al betekent dit wel werk aan de winkel voor de therapeut.
Wat is voor jou taboe? Is dit mogelijk een onderwerp dat een cliënt niet met jou durft te bespreken? Goed om mee te nemen in je reactie op een vraag of verhaal van je cliënt.

Floor van Orsouw
Floor van Orsouw werkt als geestelijk verzorger en schrijft graag over zingeving, creativiteit en ethische en maatschappelijke vraagstukken.
